Bovenaan de holle weg, onder het waakzaam oog van de kerktoren, wacht ik op mijn gasten. Ik luister stil en gefascineerd naar hun verhalen en berg ze op in mijn kamers. Ik adem hun dromen, hun wensen, hun geheimen en bied ze een veilige plek.
Bij mooie zomeravonden fluistert de hazelaar hen zachte zwoelte toe en als het wintert knettert het haardvuur de hartverwarmende gesprekken aan elkaar als parels van verbinding. Theekopjes in de zon, lachende kinderen in mijn tuin, wiegende bloemen als stille getuigen, een open deur.